1. Grenzen

    Volgt u de Amgen Tour of California? Dan is het u ook vast al opgevallen: het is niet de Tour of California. Zoals je de Giro d’Italia hebt. Of de Tour de France. Het is de Amgen Tour of California. Overal. Ook op Facebook. Op Twitter. En vast ook op tv en in de krant.

    Een rit in de Ronde van Californië is trouwens ook niet zomaar een etappe. Neen, het is bijvoorbeeld de Palmdale to Santa Clarita stage presented by Crunchies Food co. Of de Murietta to Greater Palm Springs stage presented by Visit California. Een renner staat niet aan de leiding van het algemeen klassement, maar van het Amgen GC. En het podium? Inderdaad: dat is niet zomaar het podium. Het is de Michelob Ultra Awards stage.

    Ijkpunten

    Nu, in het land van 67 channels and nothing on kijkt de doorsnee sportliefhebber wellicht al lang niet meer op van een sponsorship hier of een endorsement daar. En laten we wel wezen: sinds de tijd dat Alcyon en andere illustere Franse fietsmerken hun naam aan een ploeg verbonden, is wielrennen de sport bij uitstek waar sponsors zó fel op de voorgrond treden. Of weet u welke ploeg anders 1t4i zou moeten heten? STL Pro Cycling? Esperanza? Slipstream? *

    Dat wielerploegen genoemd worden naar hun sponsors is trouwens helemaal niet erg. Integendeel: voor de bedrijven in kwestie biedt wielersponsoring een quasi-zekerheid van goeie return. En wie wordt niet week bij het horen van ploegnamen als Faema, Molteni, Flandria, Ijsboerke, Bic, Peugeot of Panasonic? Ploegnamen zijn vaak ijkpunten in de geschiedenis van de koers.

    Soelaas

    Tegelijk hoor je steeds vaker dat het huidige businessmodel van het professionele wielrennen niet langer houdbaar is. Ik vermoed dat zij die dit verkondigen veel beter dan ik zullen weten waar ze het over hebben. Als een steeds verder gaande commercialisering soelaas kan bieden, dan zal ik mij daar zelfs bij neerleggen. Al is het maar omdat ik graag wil blijven genieten van de heroïsche gevechten die ook vandaag nog op de fiets worden geleverd tegen een achtergrond van vaak spectaculaire landschappen.

    Dus: een reclamepaneel hier, logo’s daar, een vip-pakket ginder… Go for it! Creatieve ideeën om sponsors in de kijker te doen lopen? Heerlijk!

    Maar laten we het tegelijk niet ál te gek maken? Tijdens de Ronde van België… excuseer, de Baloise Belgium Tour hoef ik echt niet de winnaar van de Ter Beke Salami etappe van Middelkerke naar Oudenaarde op het Meli Choco podium de Alpro trofee voor de strijdlust zien ontvangen. 

    Een mens heeft zo zijn grenzen. Of ben ik gewoon ouderwets?

     

    * Als u nu dolenthousiast ‘Ja, toch wel!’ roept, dan bent u wellicht niet de doorsnee wielerfan…

     


  2. Kroniek van een aangekondigde overnachting op de sofa

    - Weet je welke dag het is vandaag?

    - Tuurlijk.

    - Wel?

    - Vrijdag.

    - En de datum?

    - De zesentwintigste.

    - Van?

    - Van?

    - Welke maand?

    - April.

    - En?

    - En wat?

    - Er gaat geen belletje rinkelen?

    - …

    - Is dat nu mijn dank voor al die jaren HUWELIJKSTROUW?

    - Neen! Natuurlijk niet. Ik wou je nog verrassen. Met een euh… verrassing. En ik ging natuurlijk nog bloemen kopen. Zestien rode rozen!

    - We zijn zeventien jaar getrouwd.

    - Juist, ja.

     


  3. Onze Lieve Heer

    Het moet ergens eind de jaren zeventig geweest zijn, in een toen ongetwijfeld nog rokerige parochiezaal in West-Vlaanderen. Het kampioenenbal van de plaatselijke minivoetbalcompetitie begon goed op gang te komen. Net voor de eettafels plaats zouden moeten ruimen voor de dansvloer, was er - voor mij althans - het hoogtepunt van de avond: de jaarlijkse tombola.

    Ik had mijn oog al van bij het begin van het feest laten vallen op één van de prijzen op de gammele tafel, die voor de rest gevuld was met geruite handdoeken, schotelvodden, lelijke vazen, flessen goedkope wijn en pakken koffie. Dat is tenminste wat mijn herinnering mij wijsmaakt. Maar van één prijs ben ik zo zeker als wat: er was een splinternieuwe voetbal te winnen. Een echte, in leder. Strak opgeblazen en verpakt in een draagnetje.

    Als brave, katholiek opgevoede knaap zal ik Onze Lieve Heer vast meermaals hebben verzocht om me “voor één keertje” die prijs te laten winnen. Wellicht heb ik hem toen ook beloofd dat ik nadien nooit meer iets zou vragen, en dat ik voor altijd dankbaar zou zijn.

    Die bal heb ik, ruim dertig jaar later, al lang niet meer. Maar ik heb hem toen wel gewonnen. Een moment van blijdschap dat ik me zelfs nu nog haarscherp voor de geest kan halen.

    Spijtig dat je dat gevoel toch wat kwijtspeelt naarmate je ouder wordt. Al moet ik toegeven dat het me onlangs toch weer overviel. Daar zat ik dan, in een Oost-Vlaams hotel deze keer. Aan tafel met de ploegleiding van Vacansoleil-DCM. Op nauwelijks enkele meters van kerels als Flecha en Leukemans.

    Zo bijzonder is dat toch niet? Ik hoor het velen denken. En misschien hebben ze gelijk. Maar toch waren die kriebels er opnieuw. Ik kan dan ook niet ontkennen dat ik de voorbije maanden opnieuw een paar keer Onze Lieve Heer aan zijn mouw heb getrokken. Zo braaf als destijds ben ik waarschijnlijk al lang niet meer. En katholiek al helemaal niet. Maar toch… Weet je wel? Baat het niet, dan schaadt het niet. Of het “nog één laatste keertje” kon? En dat ik uiteraard opnieuw eeuwig dankbaar zou zijn.

    Voor een WorldTour-ploeg aan de slag kunnen, zij het maar een aantal uur per week: ook dat is een soort jongensdroom die uitkomt. Daarom (je weet nooit waarvoor het goed is): bedankt, Lieve Heer!

     


  4. The joy of lecturing

    No Copy revisited #4

    It’s that time of the year again: the Creative writing course I teach in the Mocoma programme is well underway. Every year students students manage to amaze me with the examples they bring to class, the efforts they put into their writing and the excellence of their own texts. And every now and then, there is this student you never quite forget.

    ————————————————————————————————

    image

    One of the greatest aspects of lecturing, in my mind, is the fact that you yourself can learn a great many things from your students too. I am particularly grateful to José, one of our Spanish Erasmus students, for bringing Groucho Marx’ epitaph to my attention. I have always thoroughly enjoyed the Marx Brothers’ films (with some vivid memories of A Night at the Opera and A Day at the Races) but I had no idea Groucho Marx’ epitaph was this good:

    SORRY, MADAM, BUT I CANNOT STAND UP

    PS1: More famous epitaphs can be found here. Also look for the one of the unknown, but funny dentist…
    PS2: Question: am I being morbid today?

     


  5. Verbeelding versus realiteit

    - Serge? Wat leuk! Da’s lang geleden…

    - Ja he. Meer dan twintig jaar. Stel je voor… Je ziet er goed uit!

    - Jij ook! Hier en daar al een grijs haartje, zie ik. (glimlacht). Maar dat is niet erg. Sommige mannen worden nu eenmaal knapper naarmate ze wat ouder worden. Niet?

    - … (bloost)

    - Zeg, ik moet er nu vandoor. Maar spreken we af voor een koffie? Om bij te kletsen? Hier is mijn gsm-nummer. Bel me!

    Zo stel ik me onze ontmoeting voor. Niet dat ze ooit heeft plaatsgevonden. Of dat ze überhaupt zál plaatsvinden. 

    Nochtans zie ik haar regelmatig in het station. Nog altijd diezelfde blik. Diezelfde tred. Zelfverzekerd. Recht op het doel af. Net zoals ik me haar herinner van onze studententijd.

    Haar naam is Nadia. Enfin, dat meen ik me toch te herinneren. Maar helemaal zeker ben ik dat nu ook weer niet. En geef toe: als ik me vergis, sta ik daar ook maar mooi voor schut. 

    Soms is een mens zijn verbeelding beter dan de realiteit.

     


  6. Tussen de regels

    - ‘t Is hin zoe koet nie mi, é.
    - Nijet. Mo ‘t mesant nie, wei!

    Voilà. Meer moet dat niet zijn. Twee dames op leeftijd die elkaar op straat kruisen. In onze Dorpsstraat om precies te zijn. Een korte woordenwisseling. Over het weer dan nog.

    Alleen maar beleefdheid? Dat zou kunnen. Maar ik zag meer dan dat. Hun ogen blonken in hun gerimpeld gezicht. Pretlichtjes. Eigenlijk wilden ze wellicht iets zeggen als:

    - Mo hei, ‘k zien blieje dak je noh e ki zien.
    - Awel, ik wok. ‘k Zien content daj der noh ziet.

    Maar ja. Onze Dorpsstraat ligt in West-Vlaanderen. En wij zeggen nu eenmaal niet zo snel wat we voelen. Daarom moet een mens zo nu en dan tussen de regels lezen. Een wereld gaat voor je open. Echt.

     

  7. Archiveren. Nooit mijn favoriete bezigheid geweest. Vooral omdat een mens dan al eens wordt geconfronteerd met zijn eigen verleden. Met wat niet meer kan. De Mur de la Vélomédiane opvlammen*, bijvoorbeeld. Zoals bijna zes jaar en minstens evenveel kilo’s geleden… 

    * Enige dichterlijke vrijheid heb ik me hier wel gepermitteerd. De aandachtige kijker ziet bijvoorbeeld dat ik op een behoorlijk klein verzet naar boven fietste. Om het werkwoord ‘kruipen’ nog niet te gebruiken.

     


  8. Retro blijft

    No Copy revisited #3 

    Een goeie week geleden op Velofollies viel de gecombineerde stand van La Famille Victor en het Centrum Ronde Van Vlaanderen me op. Geen glimmende stalen en carbon rossen, of strak gedesignde high-tech wielerkledij. Maar wel een zweem van vervlogen tijden, met vintage meubels en patronen om je eigen wielertrui te naaien. Heerlijk. Deed me aan deze oude post op No Copy denken…

    ————————————————————————————————

    Reading a recent post on pub-lic spaces made me think of one of Wordsworth’s famous quotes: The child is the father of the man.

    Yesterday, I took my bike out for the first time this year, just to prepare a bit for  next season. And at times like that, I cannot but acknowledge that these words are very true. Riding my race bike makes me think I’m Eddy Merckx, Roger De Vlaeminck, Walter Godefroot, Lucien Van Impe, Sean Kelly… I know: a 35-year-old pretending to be one of the cycling heroes from his childhood days is something most people will find a bit curious to say the least. But believe me: all those adult men riding their bikes as if their lives depend on it, do exactly the same. The question is whether they’ll admit it.

    One of my liveliest childhood memories is sitting at the living room table, playing with my toy cyclists. They were painted in the famous Peugeot, Molteni, Flandria… colours. Each had a name (well, I gave them one - you can probably guess which). Of course, it wasn’t until much later that I learnt who they really were, and how much they excelled in this wonderful but ever so tough sport as cycling. I no longer have these toys. Somehow they got lost. As a teenager I didn’t really care. In my twenties, when I started cycling, I sometimes thought about where they might have ended up.

    And now, having kids of my own, I regret the fact they’re gone. Let’s face it: deep down I’d just love to put them on the table again. Merckx first, of course. And if anybody would ask if I haven’t grown too old for this, I could always say I did not put them there, but one of the boys. Still, I am not quite sure the stupid grin on my face would not betray me…

    Perhaps I’ll just settle for a retro jersey instead (Flandria: Godefroot, De Vlaeminck - St.Raphaël: Simpson, Anquetil - Molteni: guess…). If you’d like one too: you can look here, or maybe here. Let me know which one you got. Oh, and if you were to find my toy cyclists: let me know too, okay?

     


  9. Koers kijken

    - Dat is nu toch niet te geloven zeg. Heeft die halve klootzak van een Armstrong zelfs tijdens zijn zogenaamde biecht bij die zwarte gewoon staalhard zitten liegen. 

    - Echt?

    - ‘t Zal wel zijn. Nu, eigenlijk verbaast het me niets. Die renners zijn allemaal gelijk. Hypocriete bedriegers. Met hun opgespoten hespen en bloedwaarden waarmee een normaal mens meteen op intensive care vliegt. Je moet toch geen expert zijn om dát te zien! En die ploegleiders, sponsors, organisatoren… Allemaal spelen ze het spel mee. 

    - Wel…

    - De Wielerbond, de UCI: al even grote bandieten. Het hele circus draaiende houden om er grof geld aan te verdienen. Ja, nu zijn ze natuurlijk geschrokken en verontwaardigd. Want de winnaar der winnaars heeft bekend dat hij doping heeft gebruikt. Wie had dat kunnen denken? Ofwel zijn ze écht dom en naïef. Ofwel zijn ze zo schuldig als de pest. En laten we het maar bij dat laatste houden.

    - Nou…

    Om van die journalisten dan nog maar te zwijgen. Heb je er ooit al eens één een kritische vraag weten stellen? De VRT blijft maar dat onnozel wielrennen uitzenden en trakteert die Wuyts, Vannieuwkerke en Schotte telkens weer op snoepreisjes naar al die rondes. En zwijg van die gastcommentatoren. Zo’n José De Cauwer: daar word je toch tureluurs van?

    - Euh…

    - Ze zouden beter doen zoals de Duitsers destijds: stop met die bedriegerij op het scherm te brengen met ons belastinggeld. Wie eens een mooie natuurdocumentaire wil zien, die kan op zijn kin kloppen. Ze gaan het WK veldrijden nu ook nog in primetime op één uitzenden op zondagavond. Wat een bende nietsnutten!

    - Maar…

    - Trouwens, over belastinggeld gesproken: heel dat zottekot wordt daar op de koop nog mee gesubsidieerd ook. Want sponsors mogen hun investering fiscaal aftrekken en betalen daardoor dus minder belastingen. Ik heb dit jaar weer mogen bijbetalen! En zo’n Topsport Vlaanderen, of zo’n Lotto-ploeg: welke politici keuren dat godverdomme goed, zeg? Nu ja, op zich is het niet verwonderlijk. ‘t Zijn zelf allemaal van die would-be coureurs die natuurlijk maar al te graag eens op een podium een trofee uitreiken aan Boonen, of op de foto staan met een andere nepvedette.

    - …

    - Je zegt precies niet veel.

    - Bwah.

    - Wat doe je morgen, eigenlijk?

    - Koers kijken.

     

  10. “There is no right language and there is no wrong language.”

    Als er iemand de taal van Shakespeare tot in de letterlijke én spreekwoordelijke puntjes beheerst, dan is het - naast de bard van Avon zelf - wel Stephen Fry. Ik kan niet ontkennen dat mijn wellicht disproportioneel grote bewondering voor de man ongetwijfeld ook een scheut misplaatste maar nauwelijks onderdrukbare idolatrie in zich draagt. 

    Niet dat ik al zijn geschriften heb gelezen, laat staan dat ik er de schijnbaar bodemloze put die mijn boekenkast is, mee heb proberen te vullen. Maar de keren dat ik niet aan zijn lippen hang of zijn schrijfsels gulzig tot mij neem telkens de gelegenheid zich voordoet, zijn zo zeldzaam als een lustig zingende nachtegaal op een hardbevroren Vlaamse akker. 

    Waarom ik jullie dat vertel? Omdat elk excuus volstaat om het grote publiek (in mijn verbeelding verpozen immers heelder hordes zich suf surfende internauten van tijd tot tijd bij deze blog) te wijzen op de virtuositeit van bovengenoemd komiek, schrijver, presentator en acteur.

    Neem dus even jouw ongetwijfeld kostbare tijd. Ga zitten en geniet. Zelfs wanneer je kennis zich eerder beperkt tot het Globish dat dezer dagen voor Engels moet doorgaan, zul je zonder twijfel genieten van de muzikaliteit van zijn verheffende vertellement.

    * Met dank aan Esther Bevers om dit stukje video (nogmaals) onder mijn neus te duwen.

    ** Deze povere poging om mijn traditioneel recht-voor-de-raapse en zakelijke schrijfstijl op te krikken met wat wellicht onnodige stijlfiguren diende vooral mijn persoonlijk vermaak.

    *** Wat de inhoud betreft van zijn betoog: als schrijf- en taaldocent voelt dit bijwijlen pijnlijk herkenbaar aan, zelfs al vecht ik regelmatig een vermoeiende strijd met de taalpurist in mezelf. Niettemin, mochten er studenten meelezen: er zijn nu eenmaal situaties “where you dress your language up too.” Dit is dus geen vrijbrief voor “wildy original and excessively heterodox language.” (grijns)